Zo doe je de typetest
Klik in het typveld en typ de vaste tekst precies over, inclusief spaties en leestekens. Tekens op de goede plek worden groen gemarkeerd, foute tekens rood. Met Backspace verbeter je een fout. De test stopt pas als de hele tekst klopt, en je kunt tijdens of na een poging opnieuw beginnen.
Wil je je typesnelheid testen en vergelijken, let dan op: de oefentekst is steeds dezelfde, dus een tweede poging gaat vaak sneller omdat je de zinnen al kent.
Je typesnelheid lezen
Een “woord” in WPM is hier precies vijf tekens, inclusief spaties en leestekens. Het gaat dus niet om echte woorden. De formule is WPM = (tekens die nu goed staan ÷ 5) ÷ (verstreken milliseconden ÷ 60.000). Typecursussen rekenen vaak in aanslagen per minuut: vermenigvuldig je WPM met 5 en je hebt het aantal goede aanslagen per minuut.
Nauwkeurigheid = goede tekeninvoer ÷ alle tekeninvoer × 100. Backspace telt niet als invoer, maar een fout drukt je nauwkeurigheid ook nadat je hem hebt verbeterd. De getallen worden alleen in beeld afgerond op één decimaal.
Grenzen van de test
De tijd loopt door terwijl je verbetert en stopt zodra de hele tekst klopt. Is er nog geen meetbare tijd verstreken, dan toont de test 0 WPM. Plakken en slepen zijn uitgeschakeld, zodat de meting vergelijkbaar blijft. Accenten via een dode toets en het toetsenbord van je telefoon werken wel: een samengesteld teken telt als één invoer op het moment dat het af is. Dit is oefening met één tekst en geen algemene beoordeling van je typevaardigheid. Wat je typt, blijft in dit tabblad.
Zelf uittypen of laten transcriberen?
Een goede typesnelheid helpt als je een interview zelf uitwerkt, maar je bent dan ook veel tijd kwijt aan terugluisteren. Wil je een opname niet helemaal zelf uittypen, lees dan meer over interview transcriberen. Je uploadt de opname en krijgt een concept met sprekers en tijdcodes, dat je zelf controleert aan de hand van de audio.