Naar de inhoud
Hoofdmenu

Gratis tool · Percentage berekenen

Procenten berekenen: vijf berekeningen met formule

Met deze calculator kun je procenten berekenen: een percentage van een getal, hoeveel procent iets is, een procentuele verandering, een verhoging of een verlaging. Je ziet de formule naast het resultaat.

Gebruik een komma voor decimalen, bijvoorbeeld 12,5; maximaal 4 decimalen. Geen punt of %-teken.

Gebruik een komma voor decimalen, bijvoorbeeld 12,5; maximaal 4 decimalen. Geen punt of %-teken.

Resultaat

Vul beide velden in om het resultaat te zien.

Formule: percentage × getal ÷ 100

Resultaten worden afgerond op maximaal 6 decimalen. Elke invoer moet tussen −1.000.000.000 en 1.000.000.000 liggen.

De berekening gebeurt alleen in je browser en deze tool bewaart je getallen niet. Links naar Spirelight openen in een nieuw tabblad, zodat je invoer hier blijft staan.

Zo bereken je procenten

Kies de berekening die je nodig hebt en vul twee getallen in. Het resultaat en de formule verschijnen meteen. Wil je 20% van 250 weten, dan reken je 20 × 250 ÷ 100 = 50. Wil je weten hoeveel procent 50 is van 250, dan reken je 50 ÷ 250 × 100 = 20%.

Dat tweede type kom je vaak tegen. Heb je 34 van de 40 vragen goed, dan is dat 34 ÷ 40 × 100 = 85%. In een onderzoeksverslag reken je zo uit welk deel van je respondenten iets heeft geantwoord: 18 van de 120 is 15%.

Procentuele verandering

Gaat een getal van 80 naar 100, dan is dat (100 − 80) ÷ |80| × 100 = 25% meer. Van 100 naar 80 is −20%. Je deelt altijd door de beginwaarde, dus dezelfde stap van 20 is de ene keer 25% en de andere keer 20%. De noemer is de absolute beginwaarde: −80 naar −60 is +25% en −80 naar −100 is −25%. Is de beginwaarde nul, dan is er geen procentuele verandering te berekenen, omdat je niet door nul kunt delen.

Vergelijk je twee percentages, let dan op het verschil tussen procent en procentpunt. Van 20% naar 25% is 5 procentpunt erbij, maar wel een stijging van 25%.

Korting en verhoging

Verhoog je 250 met 20%, dan krijg je 250 × (1 + 20 ÷ 100) = 300. Verlaag je het met 20%, dan krijg je 250 × (1 − 20 ÷ 100) = 200. Zo reken je ook korting uit: een jas van 80 euro met 25% korting kost 80 × (1 − 25 ÷ 100) = 60 euro. Negatieve getallen en percentages mogen ook. Verhogen met −20% is rekenkundig hetzelfde als verlagen met 20%. Kijk wel wat een negatieve beginwaarde in jouw situatie betekent.

Komma, afronding en grenzen

Gebruik een komma voor decimalen, zoals 12,5. Een punt werkt niet: 12.5 en 1.000 geven een foutmelding, dus typ duizend gewoon als 1000. Laat ook spaties in een getal, procenttekens en sommen weg. Elk veld mag maximaal vier decimalen hebben en moet tussen −1.000.000.000 en 1.000.000.000 liggen. De uitkomst wordt afgerond op maximaal zes decimalen. Deel je door nul of wordt de uitkomst te groot, dan krijg je een melding in plaats van een ongeldig getal. De berekening gebeurt alleen in je browser en de tool bewaart je getallen niet.

Vragen en antwoorden

Hoe bereken je een percentage van een getal?
Vermenigvuldig het percentage met het getal en deel door 100. Zo is 20% van 250: 20 × 250 ÷ 100 = 50. Uit je hoofd helpt het om eerst 10% te nemen: dat is het getal gedeeld door 10.
Hoe reken je uit hoeveel procent iets is?
Deel het deel door het geheel en vermenigvuldig met 100, dus A ÷ B × 100. Zo is 50 van de 250 gelijk aan 20%. Is B nul, dan bestaat het percentage niet en toont de calculator een foutmelding.
Hoe bereken je een procentuele stijging of daling?
Gebruik (nieuw − oud) ÷ |oud| × 100. Een uitkomst boven nul is een stijging, onder nul een daling. Deze calculator deelt door de absolute beginwaarde, dus −80 naar −60 geeft +25%.
Hoe reken je een korting in procenten uit?
Kies Procentuele verandering van A naar B en vul de oude en de nieuwe prijs in. Was iets 50 euro en is het nu 40 euro, dan toont de calculator −20%, dus 20% korting.
Waarom geeft de calculator een foutmelding bij een punt?
Omdat alleen de komma als decimaalteken werkt: 1.000 kan anders zowel duizend als één betekenen. Typ 12,5 in plaats van 12.5, en 1000 zonder punt. Voor negatieve getallen gebruik je een minteken.